30 juni 2022

Verliest schoonmaak aanzien of is het afzien?

Het kan niemand ontgaan zijn dat de schoonmaak aan het verbleken is in de MT500 als je het artikel op de website van Service Management leest. Als we de MT500 mogen geloven, is het antwoord volmondig: “ja”. De twee beste schoonmaakbedrijven vorig jaar nog in de top 50 duikelen naar plek 100 (van 24) en 149 (van 35). En verder is het schoonmaaktechnisch een dikke onvoldoende.

Voor degenen die ik het geheugen nog even moet opfrissen waarop je als organisatie dan wordt beoordeeld, hierbij het lijstje onderwerpen: klantgerichtheid, productleiderschap, de kwaliteit van de uitvoering, goed werkgeverschap en duurzaamheid. Bedrijven als ASML, de Efteling en AH zijn de top drie en daarin zijn zij dus duidelijk beter (en zichtbaar).

Wat zegt dat nu?
Dat we als schoonmaakbranche de klant niet meer centraal stellen, slechtere kwaliteit leveren, niet goed zijn voor onze medewerkers en het milieu aan onze laars lappen? Tuurlijk niet. De schoonmaakbranche heeft zich zeker de afgelopen 2 jaar van zijn beste kant laten zien en menig bedrijf kan trots zijn op de flexibele houding van zijn schoonmaakmedewerkers, hun betrokkenheid en de dagelijkse kwaliteit die ze leveren.

Want… zonder schoonmaak wordt er niet gewerkt bij de top drie en ook niet bij de overige 497 bedrijven.

Dit is natuurlijk een inkoppertje, maar zegt wel waar het op staat: schoonmaak is nog steeds een onderbelichte dienstverlening, waarover vaak alleen wordt gesproken als er iets niet goed gaat (lees: schoongemaakt wordt). En in deze tijd waar de personeelskrapte ook keihard onze branche raakt, vraagt dit nog meer van ons denken in mogelijkheden, het managen van de klantverwachtingen en het eenduidig trots zijn als branche.

Ik weet zeker dat er in heel Nederland veel klanten zijn, die heel blij zijn met hun schoonmaakmedewerkers en die hun waardering dagelijks laten blijken. Daar gaat het uiteindelijk toch om?! Daarnaast heb ik de sterke overtuiging dat elk zichzelf respecterend schoonmaakbedrijf uniek is in haar doen en laten en dat, als we daar onze klanten bij zoeken, je een unieke samenwerking hebt waar beide partijen vol tevredenheid met elkaar samenwerken.

Geloof in je eigen kracht en straal dat uit.

Dat vraagt dus wel om doorzettingsvermogen, doe wat je afspreekt en hou het eenvoudig. Schoonmaak zelf is geen rocket science en op zijn tijd ook weleens afzien. De moeilijkheid zit hem in de aansturing en aandacht voor je medewerkers, zodat zij elke dag weer met plezier naar hun werk komen om te werken, te leren en het gezellig te hebben met collega’s. Elke dag moet een feestje zijn, dus geef die ruimte en blijf met ze in gesprek. Dan komt het wel goed met de onderwerpen waar je bij de MT500 op beoordeeld wordt.

Natuurlijk is het prachtig om in de MT500 te staan, maar het zegt het al: als ik de namen voorbij zie komen, dan gaat het om de ‘grote jongens’ in het wedstrijdzwembad en de meeste schoonmaakorganisaties (op onze ‘grote jongens’ na) trekken banen in het buitenbad. Ofwel: wat is de conclusie van mijn verhaal? Ik feliciteer elk bedrijf in de MT500, maar blijf trots op elk schoonmaakbedrijf groot of klein, dat elke dag haar MT500-feestje maakt op De Dag van de Schoonmaker, tijdens het werkoverleg op de werkvloer, in het functioneringsgesprek, op de vrijdagmiddagborrel en bij de diverse andere awards- en prijsuitreikingen.

Iedereen zijn feestje en nu weer over tot de orde van dag.

Laetitia Simonis
vice-voorzitter SIEV, mkb-branchevereniging voor schoonmaakondernemers
algemeen directeur 1nergiek