Clean Totaal presenteerde ons het eindrapport van het Interventieteam Schoonmaak (IT-schoonmaak.) Alles bij elkaar genomen is er vier jaar onderzoek verricht in de schoonmaakbranche. Om effect te kunnen bereiken heeft men via parameters 60 bedrijven onderzocht. Leest u het zelf voor alle details.

Nuancering is eerste vereiste

Allereerst de nuancering die ik direct aan wil brengen. Het rapport spreekt in de conclusie dat er een belangrijke bijdrage is geleverd door dit team aan de brede aanpak van misstanden bij schoonmaakbedrijven mede ook door inzet op hun opdrachtgevers en de inzet op preventie. De schoonmaakbranche beslaat veel disciplines. Echter, via de rekenformule heeft men zich gefocust op bedrijven die veelal werkzaam waren in de horeca, fastfood, hotels en recreatiebranche en daarin zijn 60 bedrijven onderzocht. Om daarmee gelijk over de gehele branche (11.000 bedrijven) te spreken en in een kwaad daglicht te zetten, is naar mijn mening wat overtrokken.

Kip of het ei?

Waar het blad Clean Totaal de nadruk legt op frauderende bedrijven maakt het rapport ondubbelzinnig duidelijk dat werknemers er ook wel weg mee weten en dus ook frauderen*. Met name bijstandsfraude was een item wat specifiek benoemd werd. Vandaar mijn advies om toch even de moeite te nemen om het gehele rapport eens te lezen.

60 bedrijven zijn onderzocht en in 82% is er fraude aangetroffen

De onderzoeken in de schoonmaakbranche hebben –mede door de intensieve samenwerking van het IT met instanties als het UWV, Belastingdienst enInspecite SZW- naast repressieve resultaten geleid tot de volgende effecten (opsomming is niet limitatief):

  • meerdere schoonmaakbedrijven zijn kort na het onderzoek gestopt met de onderneming; · diverse opdrachtgevers zijn gestopt met het ingehuurde schoonmaakbedrijf en hebben het schoonmaakpersoneel zelf in dienst genomen of zijn met een ander schoonmaakbedrijf in zee gegaan;
  • na een controle door het IT zijn door een aantal schoonmaakbedrijven meer werknemers voor de aangifte LH opgevoerd;
  • opdrachtgevers zijn zich in veel gevallen na een onderzoek meer bewust van de risico’s bij het uitbesteden van de schoonmaak;
  • in enkele gevallen zijn malafide schoonmaakbedrijven failliet gegaan nadat ze niet meer door opdrachtgevers werden ingezet. Vermoedelijk heeft onderzoek van IT hiertoe geleid;
  • enkele ondernemers zijn met onbekende bestemming naar het buitenland vertrokken;
  • de aangetroffen misstanden rond de schoonmaak in de horeca in Amsterdam zijn met de gemeente Amsterdam besproken. In de gemeenteraad zijn hierover ook vragen gesteld. De gemeente onderzoekt de mogelijkheden om ook de hotels vergunning plichtig te maken. Bij misstanden zou dan de exploitatievergunning (tijdelijk)kunnen worden ingetrokken.

Conclusie

De integrale aanpak en inzet van repressieve en preventieve interventies heeft in de afgelopen jaren aansprekende resultaten en effecten opgeleverd. Er is een duidelijk signaal richting de kwetsbare schoonmaakbranche afgegeven dat malafide handelingen niet worden getolereerd en worden bestreden. Het is belangrijk om dit signaal te blijven afgeven, om terugval te voorkomen. Diverse diensten hebben besloten de samenwerking voort te zetten. Momenteel wordt de huidige samenwerkingsvorm afgerond om met ingang van 1 juli 2020 onder artikel 64 Wet SUWI verder door te gaan. Deelnemende samenwerkingspartners daarin zijn Belastingdienst, ISZW en UWV.

Het is positief dat er zo’n controle is en dat dit naast een preventieve werking er ook daadwerkelijk weer voor zorgt dat misstanden aan de kaak worden gesteld. Echter het effect zou naar mijn mening meer tot de verbeelding spreken en daadwerkelijk actie als die schoonmaakbedrijven ook met naam en toenaam bekend zouden worden. Er is tenslotte ook altijd een jaarlijks groot onderzoek naar de beste haring, oliebol, supermarkt, etc. En daar wordt ook niet geschroomd om het betreffende bedrijf met naam en toenaam te noemen.

Dus om het bewust kwaadaardig handelen nu gelijk over de gehele schoonmaakbranche uit te smeren, is iets wat ik bij eerdere onderzoeken in andere branches niet tegen ben gekomen. In Operatie Schuimkraag werd destijds de horeca doorgelicht, ook hier trof men misstanden aan. Is nu deze horeca een criminele organisatie, gelijk de schoonmaakbranche?

Nogmaals, ik ben blij met dit soort onderzoeken. Hoe meer misstanden aan de kaak worden gesteld, hoe beter het is voor onze branche. Maar het is de toon die de muziek maakt en de manier waarop de branche ermee omgaat. Want genoemde misstanden zijn ernstig te noemen en ook de branche behoort hier iets mee te doen. Maar de branche kan ook benadrukken dat veruit het merendeel een gerespecteerde ondernemer is die trots zijn vak uitoefent.

Zie je wel….

Al jaren voert de branche campagne voor een beter imago. En dit bevestigt wederom het alom aanwezige vooroordeel dat schoonmaak een zooitje is. En dat is het niet! Wel zijn er, ook in de schoonmaakbranche, zaken voor verbetering vatbaar en daar zijn we met z’n allen verantwoordelijk voor. Schoonmaken is een Vak! En daar staan wij met meer dan 100.000 werknemers en 10.950 bedrijven garant voor.

SieV! is blij met de inzet en uitkomsten van het InterventieTeam en hoopt dat de preventieve werking én uitkomsten breed uitgemeten worden. We zijn er wel kritisch op dat de berichtgeving op een correcte wijze gebeurd. Want nog steeds werken de meeste schoonmaakbedrijven op een eerlijke wijze.

Maurice Rutgrink,
voorzitter SieV!

 

* UWV

In totaal zijn zevenenvijftig signalen van mogelijke uitkeringsfraude in onderzoek genomen door het UWV. Na onderzoek is het volgende resultaat vastgesteld: – In dertien gevallen is benadeling vastgesteld, hierbij is een totaalbedrag van € 160.451,- aan terugvordering inclusief boete opgelegd. – Twee gevallen zijn nog in onderzoek. De verwachting is dat het aantal fraudegevallen nog flink zal oplopen, omdat naast de twee zaken die nog in onderzoek zijn, er nog ruim twintig extra signalen moeten worden onderzocht uit een strafrechtelijk onderzoek van ISZW/Opsporing.