Prikkelende stellingen, waar of niet?

Op de Schoonmaak Vakdagen in Houten was er een sessie met OSB, FNV, CNV en SieV. Na de eerste ronde werden er door de dag voorzitter stellingen getoond met het verzoek aan een van de deelnemers daarop te reageren.

Zo was de vraag aan SieV: de OSB is er voornamelijk voor de top 10, maar niet voor het MKB. De vraag aan OSB was: SieV is geen serieuze werkgeverspartner, maar een leden kruimeldief. FNV had de stelling; het ledenaantal is fors dalen, betekent dit; hoe kleiner de bond, hoe groter de mond. De stelling van CNV: FNV is leidend, CNV loopt mee.

Stevige stellingen, maar wel oudbollig is mijn mening.

Voor een paneldiscussie zijn het ook geen prettige stellingen omdat de deelnemers naderhand weer vaak met elkaar aan tafel zitten. En om dan je gesprekspartner publiekelijk de grond in te boren is not done. Natuurlijk zit er ergens wel iets in deze stellingen, maar wat moeten we ermee.

Dat OSB er niet langer meer exclusief werkt voor de grote 10 is sinds het aantreden van Piet Adema en Hanny van den Berg wel duidelijk geworden. Uiteraard mag je discussiëren wat de term MKB-er inhoudt en of 30 miljoen omzet nog wel het MKB betreft. Maar SieV hanteert de norm dat tot 50 miljoen omzet op holding niveau een bedrijf gerekend wordt tot het MKB. Echter. De doelgroep van SieV zijn de bedrijven die vele malen kleiner in omzet zijn.

En is het inderdaad zo dat hoe kleiner de bond, hoe groter de mond? En dat CNV aan het handje van FNV loopt. Beide organisaties kennende zeg ik nee. CNV heeft wel degelijk een eigen identiteit en plan de campagne. Zie daar de overeenkomst met SieV. Wij lopen niet aan de hand van de OSB maar hebben een eigen identiteit en DNA.

Maar de stellingen geven wel weer wat nog steeds speelt binnen onze branche. Ik ga hier nu niet een van deze stellingen weerleggen of partijen verdedigen, maar roep wel op om te leren van het verleden, maar richt het blik op het heden en denk na over de toekomst. SieV is nu nog geen cao-partner, maar adviseert en praat met de onderhandelaars. Wij denken na over wat wij voor onze leden belangrijk vinden. SieV heeft een eigen visie, maar dat daar delen van overeenkomen met die van de OSB is logisch gezien de aard van de branche. Wij kijken daarom sterk naar de verschillen. Dat is de focus! Waar we het over eens zijn, is geen discussie.

Juist die punten waar we het niet over eens zijn, daar willen wij samen met de onderhandelaars en het bestuur van OSB mee in debat. Dan lijkt het wel voor de buitenwacht dat wij aan het handje van de OSB lopen, maar niets is minder waar. In een vorige sessie liepen de gemoederen hoog op en verdedigden beiden partijen vol passie hun standpunten. Maar men moet elkaar ergens treffen wil je een succesvol mandaat kunnen afgeven aan de onderhandelaars. Het is niet zo dat wij in alles onze zin krijgen, daar moeten wij voor vechten. En zo hoort het ook.

En dat wij leden kruimeldief zouden zijn, ach wat geeft dat. Niemand kan een bedrijf dwingen lid van eender welke organisatie dan ook te worden. Elk bedrijf heeft vrije keus. En als men overstapt naar de andere partij, is dat hun goed recht. Want het is echt niet zo dat al onze leden voormalige OSB leden zijn. Wij hebben echt leden die nog nooit lid geweest zijn van de OSB en nu een keus hebben gemaakt.

Maar dat men een wig probeert te drijven tussen partijen om een pittige discussie op een dergelijke bijeenkomst te krijgen is begrijpelijk. Ik had liever wat andere punten gezien. Zoals, hebben wij over 20 jaar nog wel een eigen CAO? Is er over 20 jaar nog wel sprake van De Schoonmaakbranche of spreken wij dan al over De Facilitaire Branche? Welke branches zouden kunnen aansluiten bij een Facilitaire branche?

Daar had ik weleens over willen debatteren.