Begin dit jaar stuurde het BPF Schoonmaak een brief rond dat de dekkingsgraad vanwege Corona achter bleef en daarom de pensioenen mogelijk gekort moeten gaan worden. Een timingsfout van jewelste, dat werd gelukkig ook wel ingezien maar anderzijds, het BPF kon niet anders. In 2019 meldde BPF nog in haar jaarverslag nog niet te hoeven verlagen, maar die verwachting is toch bijgesteld voor 2021.

Maar als ik nou wat rond snuffel, kom ik opmerkelijke berichten tegen over “ons” BPF. Op 16 oktober 2019 plaatste de NOS dit bericht op haar site met dit als eerste alinea:

Heeft het nog wel zin te sparen voor je pensioen? Het pensioenfonds voor de schoonmaakbranche (BPF Schoonmaak) is het eerste fonds dat zich hardop de vraag stelt of het nog wel een collectieve pensioenregeling moet hebben. Tegen Nieuwsuur zei bestuurder Tarik Uçar: “Het is bij ons echt de vraag of deze huidige regeling onder deze omstandigheden aantrekkelijk is voor de deelnemer.”

De minister houdt echter vast aan de collectieve pensioenregeling.

Op 21 december 2018 plaatste Service management een bericht over de nieuwe CAO. Daarin valt het volgende te lezen:

Werkgevers in de schoonmaak (verenigd in brancheorganisatie OSB) en vakbonden CNV en FNV hebben in de nacht van woensdag 19 op donderdag 20 december een onderhandelingsakkoord bereikt over een nieuwe cao voor de schoonmaak- en glazenwassersbranche.

De overeengekomen looptijd is twee en een half jaar (1 januari 2019 – 30 juni 2021).

Werkgevers en vakbonden in de schoonmaak zijn overeengekomen
• Een loonsverhoging van 3% in 2019, 3% in 2020 en 1,5% in 2021 (wanneer de cao op 30 juni afloopt)
• Een hogere pensioenpremie in 2021 voor een gezond pensioenfonds
De vroegpensioen- en levensloopregeling (VPL) die dan met 1,3% vrijvalt, wordt daarvoor benut. Tegelijkertijd gaan werkgever en werknemer allebei de helft van de totale pensioenpremie van 21,4% betalen. Voor de stijging van de werknemerspremie worden werknemers gecompenseerd via het loon.

In het jaarverslag 2019 is te lezen dat men zeer zorgvuldig omgaat met ieder aspect. Men is zich terdege bewust van de verantwoordelijkheden en verplichtingen en komt deze nauwgezet na. Ik stel vast dat we het bestuur van het BPF niets mogen en kunnen verwijten.

Maar door de lage rente, Corona en de vergrijzing komt het bestuur van dit BPF voor zware problemen te staan. Zij dienen de wettelijke eisen ten aanzien van BPF aan te houden en dus de dekkingsgraad op orde te houden zodat zij de verplichte uitkeringen kunnen blijven doen. Maar er ontstaat daarmee dus ook een gat in de liquiditeit. Hogere pensioenpremies en lagere uitkeringen gaan het probleem niet voldoende oplossen.

Op 12 oktober werd op de site medegedeeld dat de dekkingsgraad eind september geschat werd op 84,1%. Terugkijkend kun je zien dat de dekkingsgraad al sinds februari 2019 een daling heeft ingezet en het percentage is sinds die tijd bijna 16% gedaald en het einde lijkt nog niet in zicht.

Weet ook dat de dekkingsgraad eigenlijk boven de 100% moet zijn om nog de benodigde reserves te hebben om eventuele risico’s af te kunnen dekken. Dit zal ertoe leiden dat er met zekerheid extra maatregelen genomen moeten worden om de financiële positie in de komende jaren te herstellen tot aan de vereiste dekking.

Omgekeerd kan men de rekening hiervoor niet ongelimiteerd bij werknemers en werkgevers (blijven) leggen. De pensioenpremie voor 2021 wordt dus verhoogd en mogelijk de uitkeringen verlaagd. Daarmee dekt men de kortlopende problematiek af, maar wat betreft de langlopende problemen zie ik immer groter wordende problematiek ontstaan.

Maar zoals ik het lees is niets doen geen optie (meer). Maar wat dan wel? 31 december weten we meer. Zoals het Service Management op 26 oktober jongstleden al aangaf: Zekerheid over de pensioenverlagingen is er pas na 31 december, de stand van die dag is doorslaggevend. Het FD vroeg pensioenfondsen of zij kortingen gaan uitsmeren over meerdere jaren, wat mag, of in een keer doorvoeren. BPF Schoonmaak gaf echter wel aan dat verlagingen van minder dan 5% in een keer worden uitgevoerd. Daarboven wil het spreiden.

Dus de vraag of het nog wel zin heeft te sparen voor je pensioen is dus een vraag die zich steeds nadrukkelijker aandient. Maar hoe neem je de transitie van collectief naar persoonlijk sparen aan? Hoe liquideer je een pensioenfonds als het zover komt?

Namens het bestuur,

Maurice Rutgrink (voorzitter)