13 juli 2022

Het moet niet gekker worden!

Na het afsluiten van de cao een tijdje geleden dacht ik dat de rust terug zou keren. Tot mijn verbazing hebben we de afgelopen maanden in een achtbaan gezeten, waar acties en afwijkende afspraken zijn ingezet die, bij ons weten, nog nooit eerder zijn voorgekomen.

Vakbonden praten rechtstreeks en zonder werkgeversafvaardiging met klanten. Sluiten daar een akkoord, die gelijk een deel van de aanwezige schoonmakers uitsluit. Iemand die in de hal van Schiphol werkt, krijgt een financieel extraatje toegeschoven; al moeten we niet vergeten dat het extraatje van tijdelijke aard is. Maar zijn collega die vliegtuigen op datzelfde Schiphol schoonmaakt, krijgt niets. En hetzelfde trucje is overgewaaid naar een aantal vakantieparken met dezelfde condities, dus ook weer tijdelijk karakter, waarbij een grote groep medewerkers wordt overgeslagen.

En dat vinden vakbonden een fantastische stap vooruit!?

Wie zwijgt, stemt toe of niet?
Schoonmakend Nederland (SN), als volwaardig cao-partner blijft op de vlakte. Of is er met goedkeuring van SN een deal beklonken, en is dit buiten de aangesloten schoonmaakbedrijven om gegaan? Ik kan het me niet voorstellen.

Hetzelfde maakten we mee met het Schoonmaakparlement. Zij roeptoeterden over hotelmedewerkers en hun toeslagen, terwijl zij naar eigen zeggen de cao zelf hebben goedgekeurd. Hoe kun je nou binnen een half jaar zo de fout ingaan? En dan zo moreel verontwaardigd zijn?

Daarom wil ik de voorzichtige conclusie trekken dat er iets faliekant mis is met onze cao, de houdbaarheid en de wisselvalligheid ervan, of beter gezegd met de mensen die de cao samenstellen. Kijken deze welopgeleide mensen meer naar de juridische kant, de dagelijkse praktijk en de uitvoerbaarheid of naar ‘hoe de wind waait staat mijn microvezeldoekje’?

Om er nog een voorbeeld aan toe te voegen. De extra vrije dag voor niet-christelijke feestdagen. Hoe men dat omschreven heeft, is een kunst apart en eigenlijk niet uitlegbaar. Een reactie van een woordvoerder van een christelijke vakbond is dat het mooi is dat SIEV zo bezorgd is om de christelijke medemens, maar dat SIEV goed genoeg weet wat zij bedoelen. Uiteraard snappen wij deze uitspraak maar snappen zij het wel?

Geest of letter van de wet?
Zoals het artikel nu omschreven is, word je door iedere advocaat of rechter op je vingers getikt als je deze zaak naar de geest van de wet uitlegt en niet naar de letter van de wet. Want als men deze tekst leest, kan een christelijke medewerker geen vrij krijgen op een christelijke feestdag, zoals Goede Vrijdag. Snapt u het nog?

Waar ik me als laatste ook over verbaas, is de publieke opinie. De vakbladen staan vol met alle genoemde onderwerpen en dagbladen schrijven er over. Maar vanuit de schoonmaakbranche zelf klinken amper geluiden. Men laat het blijkbaar gelaten over zich heen komen, of het interesseert schoonmaakbedrijven weinig, dunkt mij. U kent mij dat ik dit niet zomaar laat passeren. U heeft het in mijn eerdere blogs al kunnen lezen. Wij moeten er juist wel over nadenken en reageren.

Wat is er aan de hand in Nederland, dat leden niet hun branchevereniging aanspreken op haar verantwoordelijk in deze zaken? Of wordt iedereen erbij betrokken en zijn ze het er mee eens?

Ik ben benieuwd naar de reacties. Ofwel: wordt vervolgd.

Maurice Rutgrink