Column van Maurice Rutgrink, voorzitter

Door het aantrekken van de economie is er weer behoefte aan personeel. Dankzij de cao kan iedere nieuwkomer in korte tijd worden opgeleid tot volwaardig medewerker met hetzelfde salaris. En het salaris is in vergelijking met gelijkwaardige beroepen beter.

Desondanks kampen steeds meer bedrijven met tekorten aan personeel. Ook mensen die ervoor gekozen hebben als zzp-er door het leven te gaan komen nu om in het werk. Maar hoe lost de branche het tekort aan personeel op?

Op basis van de statistieken zouden er geen problemen moeten zijn om het tekort aan personeel op te vullen. Er zijn een half miljoen werklozen, waarvan de groep mensen die langer dan twee jaar zonder werk zit, steeds groter wordt. Los van het feit dat deze mensen beter zijn opgeleid dan noodzakelijk is.

In mijn persoonlijke beleving kampt de schoonmaakbranche met een imagoprobleem. Zolang meisjes liever kassière zijn dan schoonmaakster, ondanks het feit dat je in de eerste functie ongeveer maar de helft per uur verdient als schoonmaakster, schaamt een meisje zich om te zeggen dat zij schoonmaakster is. In onze perceptie staat het beroep schoonmaakster gelijk met het niet meer bestaande beroep putjesschepper. Vandaag de dag spreekt men nog steeds over laagopgeleide en hoogopgeleide mensen, waarbij er direct een onderscheid wordt gemaakt tussen twee categorieën. Echter, dit onderscheid is niet terecht, want mensen met een laag opleidingsniveau zijn niet laag opgeleid, ze zijn praktisch opgeleid. En mensen die hoogopgeleid zijn, zijn theoretisch opgeleid.

Maar ook buiten de schoonmaakbranche merkt men een afname van mbo-ers. Steeds meer kinderen kiezen tegenwoordig voor een andere, “betere”, opleiding, wat in zekere zin begrijpelijk is. Het is namelijk leuker om op een verwarmd kantoor te zitten van 9 tot 5 dan ’s morgens om 6 uur te moeten beginnen als schoonmaakster in je eentje. Op kantoor hoef je niet bang te zijn voor vieze handen, draag je normale kleding en heb je tijd om af en toe een praatje te maken met collega’s.

De beroepen schoonmakers, glazenwassers, stratenmakers, restaurantkoks, hoveniers zijn vacatures die lastig te vullen zijn. Om mij heen zie ik een toename van Oostblok-personeel dat nog met de handen werkt. Dat betekent dat onze kenniseconomie steeds meer ondersteund wordt door deze mensen, die alleen vanwege economische redenen, tijdelijk in Nederland werken. Waren het eerst de Polen, nu zijn er steeds meer Oekraïners en Letten die deze banen invullen. Al hun inkomsten gaan de grens over. Dit houdt in dat de sociale afdrachten die iedere Nederlander betaalt, steeds hoger moeten worden om de naoorlogse golf straks met pensioen te kunnen laten gaan, de zorg betaalbaar te houden en de wegen begaanbaar te houden. Dit allemaal omdat werken met je handen, oftewel praktisch opgeleid, als minderwaardig wordt gezien! Een tekortkoming tegen ons sociaal denken. Want een tandarts is maar wát blij als deze iedere ochtend een schone praktijk aantreft, leerlingen en leraren zijn blij met een schone school en ga zo maar door. Schoonmaak is een wezenlijk onderdeel van onze maatschappij en gelijk aan ieder ander beroep. Niemand kan zonder schoonmaak.

SieV is al achter de schermen hard aan het werk aan een mogelijke oplossing.